Geen vermarkting van het onderwijs: een school kies je niet zoals een wasmachine
28/05/2008

Opiniestuk in De Standaard: sample_foto_klein_1.jpg

DE publicatie in De Standaard van de doorlichtingsverslagen van de Vlaamse secundaire scholen lokken vooral negatieve reacties uit. De samenvattingen daarvan zouden te veel een momentopname zijn. Als het netto-effect van dit media-initiatief is dat de noden en verwachtingen in verband met ons onderwijs beter aan bod komen, hoeft het echter allemaal niet zo bedreigend te zijn voor de scholen.

Ik begrijp de weerstand van de scholen. Nogal wat onderwijsmensen voelen zich in hun hemd gezet. Werken aan kwaliteit kan alleen door jezelf als school kritisch in vraag te stellen. Moeten we niet zorgen dat een organisatie die continu de eigen kwaliteiten tracht te verbeteren, een beetje afgeschermd blijft, zodat punten van (zelf)kritiek niet uitvergroot worden tot gebreken. Of zoals Frank Vandenbroucke het stelde in zijn antwoord op een parlementaire vraag die ik hierover in december al stelde: als je scholen streng in de spiegel laat kijken, moet je vermijden dat te veel mensen in die spiegel meekijken. Maar juridisch kan niemand verbieden om deze verslagen te publiceren, of zelfs om op basis van die rapporten een soort rangschikking te maken.

Er worden ook enkele inhoudelijke vraagtekens bij de verslagen geplaatst. Logisch, want er zijn belangrijke kwaliteitsaspecten die hierin nauwelijks aan bod komen. Een doorlichtingsverslag geeft een gedeeltelijk beeld van een school en is bovendien een momentopname. Daarom sprak De Standaard met de minister van Onderwijs af om alleen de relatief recente versies te publiceren. Door geen rekening te houden met de opvolgingsverslagen wordt die handicap nog versterkt. Vergelijk het met iemand die bij het solliciteren geconfronteerd wordt met zijn rapport van het vierde middelbaar, zonder dat men rekening houdt met de latere kwalificaties. De slimste directies spelen in hun reactie de bal terug en nodigen de ouders uit om zelf in hun scholen te komen kijken hoe zij ook de minpuntjes uit het verslag ondertussen hebben omgebogen.

De meesten relativeren de berichtgeving, de inspectie was voor hen een positieve, leerrijke ervaring. Sommigen trekken de juistheid van de eigenlijke doorlichtingsverslagen wel in twijfel. Zoals een lezer het op de website van De Standaard met een boutade stelde: ,,Een publicatie van de verslagen, oké, maar dan eerst een inspectie van de inspectie. Deze opmerking gaat natuurlijk wel wat verder dan het in vraag stellen van de kundigheid van het inspectieteam. Het gaat over de degelijkheid van het hele kwaliteitszorgsysteem in ons onderwijs. De plannen die Vandenbroucke nu ontvouwt zijn een eerste aanzet om de balans te zoeken tussen effectieve kwaliteitsverbetering en het bewaken van het schoolimago. Maar laten we ook daarin niet overdrijven, ook nu al stappen scholen mee in andere doorlichtingen, pedagogische studiedagen en evaluatiegesprekken.

Ik weet niet of deze publicatie ouders veel zal helpen bij hun schoolkeuze. Tegelijk mogen we niet blind zijn voor de inspanningen die scholen en CLB's leveren om beter te communiceren. We kiezen een school niet, zoals we een wasmachine kiezen. Ouders en studenten zijn niet zomaar klanten van het onderwijs, ze zijn betrokkenen, ze zijn mee verantwoordelijk voor de kwaliteit. In de eerste plaats door samen te investeren in onderwijs en scholen niet in hun hemd te zetten. Want wat ik lees doorheen al deze samenvattingen, vinden we ook al terug in de jaarverslagen van de inspectie. We moeten meer en beter investeren in ICT, infrastructuur, beleidsvoering en methodiek, ouderbetrokkenheid en zorg, om de voornaamste werkpunten in de scholen te noemen.

Het onderwijs zal er in deze gemediatiseerde en vermarkte context alles moeten aan doen om de tweedeling tussen elitaire scholen en scholen voor iedereen tegen te houden. En dat, geëngageerde ouders en leerkrachten, zal niet alleen een kwestie van perceptie zijn.

Anissa Temsamani (De auteur is Vlaams parlementslid voor sp.a)