|
Diverse scholen, onder meer in de Mechelse regio, betonen interesse om een middelbare schoolopleiding te starten die moet toeleiden naar opleidingen als politieagent en andere "veiligheidsberoepen". Vooralsnog is de zaak nog niet rond, maar toch wordt er verder gewerkt aan een aantrekkelijke opleiding binnen het voltijds secundair onderwijs die de instroom in deze knelpuntberoepen moet doen toenemen. Zo blijkt toch uit het antwoord van minister Vandenbroucke op vragen van diverse parlementsleden.
Vraag om uitleg van mevrouw Monica Van Kerrebroeck tot de heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over de inrichting van een specialisatiejaar 'pre-politie en veiligheid' in het secundair onderwijs
De voorzitter: Mevrouw Van Kerrebroeck heeft het woord.
Mevrouw Monica Van Kerrebroeck: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister collega's, soms is het nuttig om de krant te lezen. Zo vernam ik dat in het Sint-Vincentiusinstituut van Torhout vanaf volgend schooljaar een proefproject over 'pre-politie en veiligheid' zou worden georganiseerd. In de krant van de dag nadien las ik wel dat het eerste bericht nogal voorbarig was. Toch wil ik daarover een vraag stellen, want enige verduidelijking is op zijn plaats. Het zou gaan om een modulaire opleiding die een maximum van veertig leerlingen kan toelaten. Nu reeds wordt gesteld dat na evaluatie de opleiding ook in andere scholen kan worden aangeboden. En de optie zou bestaan om het aanbod uit te breiden tot andere veiligheidsberoepen zoals brandweerman, penitentiair beambte of beëdigd veldwachter.
Graag wou ik daarover enkele vragen aan de minister voorleggen. Dit initiatief zou worden opgevat als een proefproject. Vat u dat ook op als een proefproject, en wanneer zal deze opleiding veralgemeend worden aangeboden? Zal er les worden gegeven door ervaringsdeskundigen? Welke bevoegdheids- of bekwaamheidsbewijzen zal men eisen? Worden er bijvoorbeeld ook criminologen als lesgever aangetrokken? Slechts 12 percent van de sollicitanten slaagt in de selectieproeven van de politiescholen. Wat is het vooropgestelde streefdoel van de school? Ik veronderstel dat men mikt op een hoger percentage. Worden er ook praktische toelatingsproeven georganiseerd, en waar zal men die afnemen? Overweegt men om ooit een centraal centrum op te richten waar de opleidingen zullen worden gegeven?
De voorzitter: Mevrouw Temsamani heeft het woord.
Mevrouw Anissa Temsamani: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik sluit me graag aan bij de vraagsteller, want ook in Mechelen tonen een aantal scholen interesse voor de opleiding. Het gaat om scholen van zowel het vrij als het gemeenschapsonderwijs. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nogal verrast was dat de federale minister van Binnenlandse Zaken aankondigde dat volgend jaar in Torhout een proefproject zou worden gestart. Vanuit uw kabinet kwam de boodschap dat zowel de Vlor als de inspectie van oordeel is dat het dossier nog niet helemaal rijp is. Hoe ver staat het daarmee?
De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.
Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, collega's, de inrichtende macht van het Sint-Vincentiusinstituut te Torhout heeft eerder dit jaar van de reglementaire mogelijkheid gebruik gemaakt om voorstellen inzake nieuwe opleidingen in het voltijds secundair onderwijs in te dienen. Concreet ging het over de opleiding 'prepolitie en veiligheid', ingericht als een specialisatiejaar tso in het studiegebied personenzorg. Over ingediende voorstellen beslist de Vlaamse Regering, na advies van een departementale commissie en van de Vlaamse Onderwijsraad.
In haar vergadering van 30 mei 2008 heeft de regering ter zake een definitieve beslissing genomen. Op mijn voorstel werd aan dat specialisatiejaar geen goedkeuring verleend, zodat de oprichting ervan vooralsnog niet mogelijk is. Ook een opstart in de vorm van een proefproject is niet toegelaten, aangezien ook daarvoor de reglementaire grondslag ontbreekt. De beslissing om deze opleiding niet goed te keuren, is vooral ingegeven door het ongunstige advies van de Vlaamse Onderwijsraad dat stelt dat de doelstelling uitermate specifiek is - een voorbereiding op de ingangsproef tot de politieschool - en de kwalificatie beperkt. Het gaat immers over een algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent.
Hoewel het dossier enkele waardevolle elementen bevat, zoals een poging om te beantwoorden aan de groeiende vraag van de samenleving naar veiligheidsopdrachten, zijn er ook andere punten waarmee ernstig rekening moet worden gehouden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de noodzakelijke overeenstemming met de federale wet- en regelgeving over de erkenning van de opleiding, de school en de lesgevers door de FOD Binnenlandse Zaken. Een en ander moet dus worden uitgeklaard. Er moet worden overlegd en er moet rechtszekerheid - niet het minst voor ouders en leerlingen - worden gecreëerd voor men eventueel met deze opleiding kan beginnen. Dat zijn de gemaakte opmerkingen.
Maar ik ben wel bereid me in te zetten opdat dit dossier volgend jaar wel degelijk werkelijkheid kan worden. Het creëert immers voor vele leerlingen een potentiële opening naar interessante tewerkstellingsvelden. Mijn medewerkers hebben daarom contact opgenomen met de FOD Binnenlandse Zaken en het kabinet van de betrokken federale minister. Een eerste overleg vond reeds plaats, op 30 mei. Een tweede vergadering zal nog voor het zomerreces plaatsvinden. Mevrouw Temsamani wijst er terecht op dat niet alleen in Torhout, maar ook in andere scholen belangstelling bestaat. Ik wil bij dat overleg alle geïnteresseerden betrekken.
Men mag dus besluiten dat de berichtgeving hierover gewoon voorbarig was. Het is jammer dat de betrokken journalist niet gewoon met mijn departement heeft gebeld. Men zou dat moeten doen vooraleer iets te publiceren over een onderwijsaangelegenheid. Maar goed: gedane zaken nemen geen keer.
Zal er les worden gegeven door ervaringsdeskundigen? Worden er criminologen als lesgever aangetrokken? Aangezien er nog geen beslissingen zijn genomen, is een antwoord op deze vraag voorbarig. In algemene zin kan wel worden gesteld dat de inrichtende macht, als werkgever, bevoegd is voor de werving en de inzet van personeelsleden, uiteraard rekening houdend met de personeelsregelgeving inzake aanstellingen en bekwaamheidsbewijzen en dergelijke. De vereiste, voldoende geachte en andere bekwaamheidsbewijzen liggen per vak, graad en onderwijsvorm vast. De inrichtende macht kan bij het voeren van een lokaal personeelsbeleid de voorkeur geven aan afgestudeerden in een bepaalde discipline, bijvoorbeeld in de criminologie. Uiteraard is het in eerste instantie belangrijk om de wekelijkse lessentabel samen te stellen en te weten welke vakken daarop voorkomen.
Mevrouw Van Kerrebroeck, u zegt dat slechts 12 percent van de sollicitanten slaagt in de selectieproeven van de politieschool. Wat het vooropgestelde streefdoel van de school is, valt buiten mijn bevoegdheid. Wel kan ik zeggen dat er bij een onderwijsopleiding nadrukkelijk zal moeten worden gewerkt op een hoger percentage, mogelijk zelfs op bepaalde vrijstellingen voor de genoemde opleiding. Maar hiermee neem ik eigenlijk al een gedeeltelijke voorafname op de lopende gesprekken.
U vraagt of er praktische toelatingsproeven worden georganiseerd. Aangezien de opleiding niet van start gaat, is deze vraag zonder voorwerp. Anderzijds benadruk ik dat de organisatie van toelatingsproeven in het voltijds secundair onderwijs niet zonder meer toegelaten is. De reglementaire toelatingsvoorwaarden stellen immers dat de school enkel voor bepaalde opleidingen kso en voor de opleiding verpleegkunde bso een ingangsexamen mag organiseren. Elk ander ingangsexamen in een secundaire school kan slechts naar ouders en de kandidaat-leerling een aanbevelend effect sorteren.
De voorzitter:Mevrouw Van Kerrebroeck heeft het woord.
Mevrouw Monica Van Kerrebroeck: Ik heb die laatste vraag gesteld in functie van de wenselijkheid van het organiseren van dergelijke proeven, omdat aan dergelijke functies heel wat fysische en psychische voorwaarden te stellen zijn. Misschien is het wenselijk dit centraal te organiseren zodat gelijklopende psychotechnische proeven worden afgenomen, zodat men geen zaken voorspiegelt aan kandidaten waarvoor ze niet geschikt zijn.
Mijnheer de minister, uit uw antwoord maak ik op dat dit deels gekoppeld is aan de federale bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, aangezien het tot het politieapparaat behoort.
De voorzitter:Mevrouw Temsamani heeft het woord.
Mevrouw Anissa Temsamani: Mijnheer de minister, voor mij is alles nu heel duidelijk. Ik wil u ook bedanken dat u de geïnteresseerde actoren betrekt in het debat. Het is niet omdat een opleiding of een sector sexy of interessant is dat men daar heel snel moet op inspelen. Er zijn tal van voorbeelden die niet noodzakelijk grote successen zijn. Het is goed dat u nadenkt vooraleer die richting definitief wordt ingevoerd.
|