Advertisement
   Doorzoek de site
   

1: Nieuws2: Bio3: Contact4: Links

Decreet Rookverbod in scholen gestemd Afdrukken E-mail
14/05/2008

rookverbod.jpgMet de indiening van dit decreet dreigen we ons in ieder geval niet populair te maken bij een beperkt deel van de bevolking, de rokers. Maar als roker ben ikzelf tegelijk een van de eerste om toe te geven dat een uitbreiding van het rookverbod in onze scholen een logische stap is om te komen tot een coherent en dus efficiënter anti-rookbeleid binnen onze onderwijsinstellingen.

Zo denkt ook de Vlaamse OnderwijsRaad erover. Reeds op 22 maart 2007 sprak de VLOR zich in haar unaniem advies over het rookbeleid op scholen uit voor een decreetgevend initiatief dat de bestaande regelgeving rond het roken op de werkvloer en het roken in openbare gebouwen zou verstrengen, om te komen tot werkelijk rookvrije scholen en schoolactiviteiten.

Zij zag deze maatregel als een belangrijk, maar zeker niet het enige element van een breder sensibiliserend kader.

Net als de VLOR zijn we ons immers bewust van de beperking van een verbod. Jongeren moeten in de eerste plaats zelf "neen" leren zeggen tegen sigaretten. Er bestaat dan ook geen eenvoudige manier om te voorkomen dat kinderen en jongeren beginnen met roken. Eén maatregel of actie volstaat niet.

Onderzoek toont aan dat experimenteren met roken in de eerste plaats  beïnvloed wordt door het rookgedrag van leeftijds- en groepsgenoten, en in de tweede plaats door de bereikbaarheid van tabaksproducten voor jongeren, het rookgedrag van hun ouders, de prijs van sigaretten en het rookverbod in bepaalde publieke plaatsen zoals op school.

Het staat onomstotelijk vast dat "zien roken, doet roken".  Met de verplichting van rookvrije schoolcampussen, willen we alvast die wetmatigheid gepast beantwoorden. Daarnaast willen we de scholen aanzetten tot het voeren van een integrale strategie van tabakspreventie, zowel gericht naar de leerlingen, als naar het personeel én alle anderen die in het kader van een naschoolse activiteit in de scholen komen.

We stellen vast dat 64 tot 72% van de zeventien- en achttienjarigen ooit tabak heeft gebruikt. Het overgrote deel van de jongeren komt vroeg of laat in aanraking met tabak. Daaruit blijkt dat een rookbeleid op de eerste plaats moet informeren en bewust moet maken en dus jongeren ervan weerhoudt om te starten met roken. Het moet gezegd worden dat de instellingen zich daarvoor al vele jaren inzetten.

Ook de overheid ziet het als een pedagogische plicht om jongeren bewust te maken van de gevaren van roken en daarvoor blijvend inspanningen te leveren samen met de opvoeders, scholen, ouders, enzovoort. In het schooljaar 2007-2008 trekt de Vlaamse Regering 150.000 euro uit voor rookpreventie in het onderwijs. De middelen gaan enerzijds naar opleiding voor CLB-medewerkers en leerkrachten in verband met dit thema, anderzijds naar concrete programma's voor scholieren.

Alarmerend is echter vooral de vaststelling dat 17% van alle scholieren regelmatig rookt. Dat wil zeggen minstens één keer per week. 14% van alle scholieren rookt zelfs dagelijks. Hieruit blijkt dat een uitsluitend sensibiliserende strategie niet volstaat en dat ook krachtdadiger ingegrepen moet worden om het tabaksgebruik te doen dalen.

Hoewel de cijfers uit de onderzoeken van afgelopen jaren aantonen dat er wat het rookgedrag bij jongeren betreft een gunstige evolutie is (tussen 1998 en 2005 is het "ooit", "occasioneel", "regelmatig" en "dagelijks" gebruik van tabak bij scholieren gedaald) moeten de maatregelen om het tabaksgebruik terug te dringen dus zeker blijven bestaan, en zelfs nog worden versterkt. We menen dan ook dat een uitbreiding van het rookverbod naar alle terreinen en extra-murosactiviteiten van onderwijsinstellingen noodzakelijk is. We willen de voorbeeldfunctie die de instellingen vervullen versterken.

Reeds in haar advies van maart 2007 gaf de VLOR aan waar de grootste weerstand zou bestaan tegen deze nieuwe regeling.  We kregen ondertussen vooral reacties vanuit het Deeltijds BeroepsSecundair Onderwijs. Daar vreest men moeilijkheden met het invoeren van het rookverbod tijdens de lesuren, omdat de leerlingen tijdens hun "werkuren" vaak op werkvloeren staan waar een andere regels rond roken gelden.

We begrijpen dat het soms niet eenvoudig is om het rookverbod plotsklaps in te voeren en af te dwingen, bijvoorbeeld in het DBSO, maar ook in bepaalde andere contexten, zoals in scholen die de campus delen met een andere organisatie of instelling of scholen waaraan een internaat verbonden is, Tegelijk biedt dit decreet voldoende ruimte voor lokale invulling van het rookbeleid. Maar we willen niet afwijken van de vooropgestelde finaliteit van rookvrije scholen en schoolomgevingen. Het lijkt ons in dat opzicht zeker geen goed idee om voor bepaalde onderwijsinstellingen uitzonderingen mogelijk te maken.

< Vorige   Volgende >


1: Nieuws / 2: Bio / 3: Contact / 4: Links